Hoge Raad 2020-06-19 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1069, zaaknummer 19/02177, cassatie. Kernvraag — Kan een werkgever met succes een beroep doen op het vertrouwensbeginsel om te bewerkstelligen dat de uitkering van een ex-werknemer buiten beschouwing blijft bij de berekening van het gedifferentieerde premiepercentage Whk, op grond van een mededeling van het UWV dat de uitkering niet op hem als eigenrisicodrager zou worden verhaald? Feiten — Aan een door belanghebbende ontslagen werknemer is bij besluit van 9 januari 2013 een WIA-uitkering toegekend. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, waarbij zij bij het UWV meldde dat zij eigenrisicodrager was. Het UWV heeft op 27 februari 2013 per e-mail meegedeeld dat de uitkering niet op de werkgever verhaald zou worden, omdat het dienstverband vóór de ingangsdatum van de WIA was beëindigd. De Inspecteur heeft met dagtekening 23 november 2015 een beschikking gedifferentieerd premiepercentage Whk voor het jaar 2016 gegeven, waarbij de uitkering in de berekening is betrokken. Oordeel hof — Het Hof heeft geoordeeld dat de mededeling van het UWV van 27 februari 2013 niet kan worden opgevat als een toezegging waaraan belanghebbende het vertrouwen kon ontlenen dat de uitkering niet zou doorwerken in het gedifferentieerde premiepercentage Whk. Het Hof heeft het hoger beroep van de Inspecteur gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Overwegingen — In r.o. 2.3.1 herhaalt de Hoge Raad de maatsta…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken