Hoge Raad 2019-05-24 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 24 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:787, zaaknummer 18/02346, cassatie. Kernvraag — Vormt een klacht over het uitblijven van een dwangsombeschikking op de voet van art. 4:18 Awb een afzonderlijke beroepsprocedure waarvoor op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht een aparte proceskostenvergoeding moet worden toegekend? En mag de rechter een verzoek om proceskostenveroordeling buiten zitting afdoen via art. 8:54 Awb ook als hij minder toekent dan gevorderd? Feiten — Belanghebbende stelde beroep in bij Rechtbank Gelderland wegens het niet-tijdig beslissen op bezwaren tegen een belastingaanslag en een boetebeschikking. Nadat de inspecteur alsnog uitspraken op bezwaar deed, klaagde zij tevens over het uitblijven van een dwangsombeschikking ex art. 4:18 Awb. Na uitnodiging voor de zitting kwam de inspecteur alsnog aan de bezwaren tegemoet en zegde hij toekenning van de maximale dwangsom toe, waarna belanghebbende het beroep introk. Zij verzocht de rechtbank vervolgens op de voet van art. 8:75a lid 1 Awb om veroordeling van de inspecteur in de proceskosten, waarbij zij vergoeding claimde voor twee proceshandelingen (twee beroepschriften). De inspecteur erkende het recht op een vergoeding maar betwistte dat twee proceshandelingen voor vergoeding in aanmerking kwamen. De rechtbank kende buiten zitting, met overeenkomstige toepassing van art. 8:54 lid 1 aanhef en onder d Awb, vergoeding toe voor slechts één proceshandeling. Overwegingen — Ten aanzie…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken