ECLI:NL:HR:2018:678

Hoge Raad 2018-05-04 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:678, zaaknummer 17/00384, cassatie. Kernvraag — Wat moet worden verstaan onder 'woning' in art. 55 lid 1 CAO Bouwnijverheid bij arbeidsmigranten die tijdelijk in Nederland verblijven: de verblijfplaats in Nederland of de woning in het land van herkomst? En mogen bij de uitleg van een cao andere stukken dan de tekst en de daarbij behorende toelichting worden betrokken, ook als die stukken afkomstig zijn van de gezamenlijke cao-partijen en algemeen kenbaar zijn? Feiten — Verweerster is een uitzendonderneming die uitzendkrachten, onder wie arbeidsmigranten uit Polen en Duitsland, te werk stelt bij bouwondernemingen in Nederland. Zij stelt deze werknemers huisvesting ter beschikking in de buurt van de werkplek. Op de uitzendovereenkomsten zijn de CAO-NBBU en — voor bouwplaatsfuncties — de CAO Bouwnijverheid van toepassing. FNV betoogt dat 'woning' in art. 55 lid 1 CAO verwijst naar de woonplaats in het land van herkomst, zodat verweerster steeds kosteloos huisvesting in Nederland moet verstrekken. Verweerster stelt dat de bepaling enkel beschermt tegen een onredelijke dagelijkse reistijd vanuit de feitelijke verblijfplaats naar het werk, en dat arbeidsmigranten die al in de buurt van de werkplek zijn gehuisvest geen aanspraak hebben op de vergoeding van art. 55 lid 1. Oordeel hof — Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Naar het oordeel van het hof laat art. 55 lid 1 CAO geen andere uitleg toe dan da…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken