ECLI:NL:HR:2018:2358

Hoge Raad 2018-12-21 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2358, zaaknummer 17/04504, cassatie (belastingkamer). Kernvraag — Vanaf welk moment gaat wettelijke rente lopen over een door de rechter toegekende vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, en wanneer rechtvaardigt het alsnog toekennen van die rente in hoger beroep een gegrondverklaring van dat hoger beroep met een veroordeling in proceskosten en griffierecht? Feiten — De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van € 1.000,- aan immateriële schade wegens een overschrijding van de redelijke termijn met een jaar en negen maanden, geheel toe te rekenen aan de bezwaarfase. Belanghebbende had bij de Rechtbank geen aanspraak gemaakt op wettelijke rente over die vergoeding; dat heeft hij voor het eerst in hoger beroep gedaan. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft die klacht gehonoreerd en de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente vanaf vier weken na de uitspraak van de Rechtbank, maar heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en geen proceskosten- en griffierechtvergoeding toegekend. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de klacht over wettelijke rente slaagde, maar verbond daaraan niet de gevolgtrekking dat het hoger beroep gegrond was; daarom werden geen proceskosten en griffierecht vergoed. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd. Overwegingen — Op grond van art. 6:119 BW is wettelijke rente verschuldigd over de…