Hoge Raad 2018-08-17 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 17 augustus 2018, ECLI:NL:HR:2018:1316, zaaknummer 17/01448, cassatie. Kernvraag — Behoren de zogenoemde grondstaffels, die als onderdeel van een geautomatiseerd taxatiemodel ten grondslag liggen aan een WOZ-waardebeschikking, tot de op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van art. 7:4, lid 2, Awb, ook indien art. 40 Wet WOZ een eigen regeling kent voor de openbaarmaking van waardegegevens? Feiten — Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een WOZ-beschikking en de aanslag onroerendezaakbelastingen voor 2014 voor een onroerende zaak in de gemeente Waalwijk. In de hoorprocedure heeft belanghebbende verzocht om een overzicht van de kavelwaarde en de opbouw daarvan (de grondstaffels) van zowel de onroerende zaak als van de vergelijkingsobjecten. De heffingsambtenaar heeft die grondstaffels pas in hoger beroep overgelegd. De grondstaffels zijn het resultaat van een modelmatige, geautomatiseerde waardebepaling. Oordeel hof — Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft, in navolging van de Rechtbank, geoordeeld dat de grondstaffels behoren tot de stukken bedoeld in art. 7:4, lid 2, Awb en dat de heffingsambtenaar dat artikel heeft geschonden door die stukken niet ter inzage te leggen en geen afschrift te verstrekken. Het hof zag daarin aanleiding de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten van beroep en hoger beroep. De vastgestelde waarde is in stand gebleven. Overwegingen — De Hoge Raad verwerpt het betoog dat art. 40 Wet WOZ een…