ECLI:NL:HR:2017:675

Hoge Raad 2017-04-14 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:675, zaaknummer 16/05276, cassatie. Kernvraag — Is omkering en verzwaring van de bewijslast wegens het niet doen van de vereiste aangifte (art. 27e lid 1 AWR) alleen mogelijk indien de belastingplichtige naast een uitnodiging tot aangifte ook een aanmaning heeft ontvangen, dan wel is de uitnodiging daartoe voldoende? Feiten — Belanghebbende heeft voor het jaar 2011 geen aangifte IB/PVV gedaan, waarop de Inspecteur ambtshalve een aanslag heeft opgelegd. Zowel de Rechtbank als het Hof hebben aannemelijk geacht dat belanghebbende de aanmaning van de Inspecteur niet heeft ontvangen. De Rechtbank oordeelde daarom dat omkering van de bewijslast niet aan de orde was, omdat belanghebbende geen verwijt kon worden gemaakt. Het Hof oordeelde in hoger beroep dat de bewijslast wél diende te worden omgekeerd, omdat het niet doen van de vereiste aangifte op zichzelf volstaat en een aanmaning daarvoor niet vereist is. Oordeel hof — Het Hof oordeelde dat de vereiste aangifte niet is gedaan in de zin van art. 27e lid 1 AWR en dat de omstandigheid dat de aanmaning niet is ontvangen niet in de weg staat aan omkering en verzwaring van de bewijslast. Het Hof verwierp daarmee het oordeel van de Rechtbank dat de Inspecteur bij betwisting ook aannemelijk moet maken dat de belastingplichtige op de voet van art. 9 lid 3 AWR is aangemaand. Overwegingen — De Hoge Raad oordeelt in r.o. 2.2 dat het Hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rech…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken