Hoge Raad 2017-12-12 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3118, zaaknummer 16/00052, cassatie. Kernvraag — Vereist de bewijsconstructie van schakelbewijs dat voor ten minste één van de schakelfeiten bewijs voorhanden is dat uitsluitend op dat feit betrekking heeft en niet tevens op andere feiten? En: is de bewezenverklaring van de inbraken toereikend gemotiveerd? Feiten — Verdachte is veroordeeld voor (pogingen tot) inbraak op meerdere adressen in Doetinchem in de nacht van 22 op 24 juni 2013. Het hof heeft voor de bewezenverklaring gebruikgemaakt van schakelbewijs: bij meerdere inbraaklocaties werden werktuigsporen aangetroffen die zeer waarschijnlijk met hetzelfde werktuig waren gemaakt, in één zaak was een schoenspoor te herleiden naar verdachte, hij werd herkend aan de hand van een signalementsomschrijving, en bij verdachte werd een bij één van de inbraken weggenomen rijbewijs aangetroffen waarvan hij ook aantoonbaar gebruik had gemaakt. Overwegingen — In r.o. 2.4 formuleert de Hoge Raad de maatstaf voor schakelbewijs: Kernoverweging: > Met de door het Hof gebezigde term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de - uit één of meer bewijsmiddelen blijkende - omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt. Geen ste…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken