Hoge Raad 2017-02-10 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:130, zaaknummer 16/02729, cassatie (tweede cassatieronde na verwijzing). Kernvraag — Dienen informatiebeschikkingen te worden vernietigd voor zover zij van een belastingplichtige verlangen dat zij mondelinge of schriftelijke verklaringen aflegt, en kan de vraag of een onherroepelijke informatiebeschikking tot omkering van de bewijslast leidt ook in de aanslagprocedure aan de orde worden gesteld? Feiten — Aan belanghebbende zijn informatiebeschikkingen als bedoeld in art. 52a lid 1 AWR opgelegd voor de jaren 2001 tot en met 2004, in verband met een bankrekening bij de UBS Bank te Zwitserland (rekeningnummer [001]). De informatiebeschikkingen bevatten twaalf vragen en een verzoek om, indien de rekening was opgeheven, het bewijs van opheffing te verstrekken. Na een eerste cassatieronde (HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3273) heeft Gerechtshof Amsterdam de beschikkingen gehandhaafd, maar bepaald dat het niet-verstrekken van informatie die neerkomt op een mondelinge of schriftelijke verklaring, niet met de bewijssanctie van art. 25 lid 3 en art. 27e lid 1 AWR mag worden verbonden. Oordeel hof — Het hof handhaafde de informatiebeschikkingen, maar beperkte de bewijsrechtelijke sanctie: het niet-nakomen van vragen die neerkomen op het afleggen van een verklaring mocht niet leiden tot omkering van de bewijslast. Het hof vernietigde de beschikkingen in zoverre dus niet, maar voegde daar een beperking aan toe. Overwe…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken