Hoge Raad 2016-03-22 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:456, zaaknummer 14/04196, cassatie (overzichtsarrest noodweer). Kernvraag — De Hoge Raad geeft in dit arrest, naar aanleiding van een cassatieberoep in een doodslagzaak waarin een beroep op noodweer en noodweerexces was verworpen, een samenvattend overzicht van de maatstaven voor toepassing van art. 41 Sr. Inhoudelijk staat de vraag centraal of het hof het beroep op noodweer terecht heeft verworpen omdat het zestienmaal steken met een mes niet in redelijke verhouding stond tot de aanranding. Feiten — Verdachte handelde in verdovende middelen. Op 29 mei 2013 ging hij naar de woning van het latere slachtoffer, een klant die hem nog € 10,- schuldig was. Het slachtoffer en een derde, [betrokkene], hadden afgesproken hem "een lesje te leren". In de afgesloten woning werd verdachte met een fles, mes, kopstoot en schoppen aangevallen en gedwongen zich uit te kleden en zijn drugs af te geven. [Betrokkene] verliet de woonkamer met de buit en kondigde aan binnen vijf minuten terug te komen om verdachte te vermoorden. Toen het slachtoffer het mes op tafel legde en zich omdraaide, pakte verdachte het mes en bracht hem zestien mes- en snijwonden toe, met de dood tot gevolg. Oordeel hof — Het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding die niet was geëindigd toen het slachtoffer het mes neerlegde, gelet op de afgesloten deur en de dreigende terugkeer van [betrokkene]. Het be…