Hoge Raad 2016-12-13 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842, zaaknummer 16/01622, cassatie. Kernvraag — In hoeverre kan het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, worden gekwalificeerd als (schuld)witwassen in de zin van art. 420bis of art. 420quater Sr, en hoe verhoudt zich dat tot de per 1 januari 2017 ingevoerde strafbaarstellingen van eenvoudig (schuld)witwassen? Feiten — Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde de verdachte bij arrest van 22 oktober 2015. De cassatiemiddelen zijn via art. 81 lid 1 RO verworpen. De Hoge Raad benut de zaak voor een overzichtsarrest over de witwasrechtspraak in verband met de inwerkingtreding per 1 januari 2017 van de wet aanpassing witwaswetgeving (Stb. 2016, 313). Overwegingen — In r.o. 2.4.1 formuleert de Hoge Raad de kwalificatie-uitsluitingsgrond voor gewoon (schuld)witwassen. De rechtspraak over deze grond heeft uitsluitend betrekking op de delictsgedragingen "verwerven" en "voorhanden hebben" van art. 420bis lid 1 onder b en art. 420quater lid 1 onder b Sr, en niet op het verbergen of verhullen van art. 420bis lid 1 onder a Sr. Ten aanzien van voorwerpen die onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig zijn, geldt dat die gedragingen niet zonder meer als gewoon (schuld)witwassen kunnen worden gekwalificeerd: uit de motivering van de uitspraak moet kunnen worden afgeleid dat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken