ECLI:NL:HR:2015:434

Hoge Raad 2015-03-03 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:434, zaaknummer 14/04940, cassatie. Kernvraag — Staat de omstandigheid dat het CBR aan een bestuurder een alcoholslotprogramma (asp) heeft opgelegd wegens rijden onder invloed, in de weg aan strafrechtelijke vervolging van diezelfde bestuurder voor datzelfde feit? Meer specifiek: levert die samenloop een schending op van het beginsel dat iemand niet tweemaal kan worden vervolgd en bestraft voor hetzelfde feit? Feiten — Verdachte werd op 22 februari 2013 in Den Haag aangehouden als bestuurder met een ademalcoholgehalte van 805 µg/l. Het CBR legde haar de maatregel van het asp op, welke verplichting onherroepelijk was geworden voordat de strafzaak diende. Het hof verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem-beginsel (art. 68 Sr), omdat het asp naar zijn oordeel een 'criminal charge' in de zin van art. 6 lid 1 EVRM is. De advocaat-generaal bij het hof stelde cassatie in. Oordeel hof — Het hof kwalificeerde het asp als een 'criminal charge' in de zin van art. 6 lid 1 EVRM, met name gelet op de aard en zwaarte ervan: geen discretionaire bevoegdheid bij oplegging, hoge kosten (€ 4.000,– à € 5.000,–), ontbreken van een reële keuze voor de betrokkene, en een rijbewijsontneming van vijf jaar bij niet-deelname. Op basis van art. 68 Sr jo. het una-via-beginsel en de ratio van het ne bis in idem-beginsel verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk. Overwegingen — De Hog…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken