ECLI:NL:HR:2015:264

Hoge Raad 2015-02-10 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264, zaaknummer 13/00633, cassatie (strafzaak). Kernvraag — Of de bewezenverklaring van deelneming aan een criminele organisatie (art. 140 Sr) toereikend gemotiveerd is als het aandeel van de verdachte mede bestaat uit gedragingen die als passief zijn aan te merken. Feiten — Verdachte is door het Gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, veroordeeld voor onder meer deelneming aan een criminele organisatie (feit 5) in de periode 1 januari 2004 tot en met 9 mei 2006. De organisatie bestond uit verdachte, het bedrijf van een medeverdachte en diverse andere (rechts)personen en had als oogmerk het plegen van valsheid in geschrift, overtreding van de Wet Melding ongebruikelijke transacties en witwassen. Het hof legde een gevangenisstraf op van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het cassatieberoep is op 23 november 2012 ingesteld. Oordeel hof — Het hof achtte deelneming aan de criminele organisatie bewezen op grond van een combinatie van actieve en passieve gedragingen van verdachte: naast het uitvoeren van wisseltransacties en het onderhouden van contacten met wisselaars bestond zijn bijdrage ook uit het accepteren dat transacties niet juist werden geregistreerd, het toelaten van onjuiste meldingen en het voortzetten van de wisselpraktijken na doormelding aan justitie. Het vereiste opzet leidde het hof af uit het bewust laten ontstaan en voortbestaan van e…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken