ECLI:NL:HR:2014:95

Hoge Raad 2014-01-17 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:95, zaaknummer 13/00251, cassatie. Kernvraag — In hoeverre was het oordeel van het hof dat [eiseres] onredelijk handelde door het voorstel van [verweerder] niet te aanvaarden, voldoende gemotiveerd, gegeven dat dat voorstel feitelijk inhield dat [eiseres] haar opschortingsrecht grotendeels zou moeten prijsgeven voordat [verweerder] erkende herstelwerkzaamheden zou uitvoeren? Feiten — [Verweerder] vernieuwde de dakbedekking van de woning van [eiseres]; na het staken van de werkzaamheden op 16 april 2008 — terwijl het werk nog niet gereed was — stuurde hij een factuur van € 13.236,66. [Eiseres] betaalde die factuur niet en schortte haar betalingsverplichting op wegens tekortkomingen. Een deskundige (Betrokkene 1) constateerde bij inspectie op 17 juni 2008 diverse onvolkomenheden; herstel zou volgens [eiseres] circa € 50.000,- vergen. [Verweerder] erkende een deel van de tekortkomingen (herstelkosten € 4.000,- à € 5.000,- naar eigen opgave), maar verbond aan het verrichten van herstel de voorwaarde dat [eiseres] eerst € 10.000,- op de openstaande factuur zou betalen. Oordeel hof — Het hof bekrachtigde het vonnis in conventie en oordeelde dat [verweerder] niet in verzuim was geraakt: de brieven van 27 maart en 7 april 2008 voldeden niet als ingebrekestelling, en ook de brief van 17 juni 2008 leidde niet tot verzuim omdat [verweerder] met zijn brief van 1 juli 2008 een redelijk voorstel had gedaan. Het was volgens h…