Hoge Raad 2013-04-12 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824, zaaknummer 12/02980, cassatie. Kernvraag — Of belanghebbende op de peildata van het tweede tot en met vierde kwartaal van 2009 als ingezetene verzekerd was ingevolge de AKW, meer in het bijzonder of hij op die peildata in Nederland woonde in de zin van art. 2 jo. art. 3 lid 1 AKW. Feiten — De SVB wees de aanvraag van belanghebbende tot toekenning van kinderbijslag met ingang van het tweede kwartaal van 2009 af. Belanghebbende woonde enige decennia in Nederland, heeft een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, beschikt over een duurzame woning in Nederland en heeft kinderen en kleinkinderen in Nederland. Gedurende enige jaren verbleef hij tevens gedurende lange periodes bij zijn gezin in Marokko. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit op bezwaar en droeg de SVB op een nieuw besluit te nemen, omdat belanghebbende naar zijn oordeel ook woonplaats in Nederland had. Oordeel hof — De Centrale Raad oordeelde dat het woonplaatsbegrip in de AKW op dezelfde wijze moet worden uitgelegd als het fiscale woonplaatsbegrip, dat alle omstandigheden van het geval in aanmerking moeten worden genomen en dat de duurzame band met Nederland niet sterker hoeft te zijn dan de band met enig ander land. Op grond van de genoemde omstandigheden achtte de Centrale Raad de band van belanghebbende met Nederland voldoende sterk om woonplaats hier te lande aan te nemen, ook al verbleef hij lange periodes in Marokko. De uit…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken