ECLI:NL:HR:2013:BZ4104

Hoge Raad 2013-06-14 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4104, zaaknummer 12/00855, cassatie. Kernvraag — Aan welk adres kan een schriftelijke mededeling als bedoeld in art. 3:37 BW worden gedaan, en meer specifiek: is vereist dat de geadresseerde dat adres uitdrukkelijk heeft aangewezen als adres waarop hij bereikbaar is? Feiten — Verweerster verkocht in december 2001 onroerende zaken aan (indirect) bestuurders van Centavos; partijen sloten tevens een huurovereenkomst en een aanvullende overeenkomst waarbij verweerster een recht van terugkoop verkreeg, verlengd tot 13 juni 2008. Art. 4 van de aanvullende overeenkomst bepaalde dat het terugkooprecht vervalt indien Centavos in totaal drie aanmaningen wegens te late huurbetaling heeft moeten sturen. Centavos zond aanmaningen naar het postbusnummer dat verweerster als postadres gebruikte sinds het sluiten van de overeenkomsten en waarlangs verweerster naar eigen zeggen ook huurfacturen had ontvangen. De aanmaning van 6 februari 2003 bereikte verweerster via die postbus; de aangetekende brief van 8 april 2003 werd niet afgehaald, en de brief van 23 april 2003 werd retour gezonden wegens opheffing van de postbus. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat voor toepassing van de uitzondering van art. 3:37 lid 3 tweede zin BW vereist is dat verweerster de postbus uitdrukkelijk aan Centavos had aangewezen als adres waarop zij bereikbaar is, dan wel dat het postbusadres uit het Handelsregister bleek. Nu aan geen van beide voorwaarden…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken