ECLI:NL:HR:2013:BY5217

Hoge Raad 2013-02-19 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5217, zaaknummer 11/00007 P, cassatie (ontnemingsprocedure). Kernvraag — Is de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel toereikend gemotiveerd wanneer het hof de aangetroffen contante geldbedragen, banksaldi en een aandelenbetaling aanmerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel, uitsluitend op de grond dat deze vermogensbestanddelen voorwerp waren van het bewezenverklaarde medeplegen van witwassen, dan wel zouden zijn verkregen uit soortgelijke feiten als bedoeld in art. 36e lid 2 Sr? Feiten — Betrokkene is veroordeeld voor medeplegen van witwassen. In de woning waar hij stond ingeschreven werd bij doorzoeking een bedrag van (na hertelling) € 531.557,10 aangetroffen, alsmede een stortingsbewijs van een Luxemburgse bankrekening op zijn naam met een saldo van € 85.000,-. Daarnaast had hij zelf een Luxemburgse ING-rekening waarop in totaal € 175.723,92 contant was gestort, en had hij voor € 2.042,- contant meebetaald bij de aankoop van aandelen. Het hof verdeelde de gezamenlijk aangetroffen contanten pondspondsgewijs over betrokkene en twee medeveroordeelden en stelde het totale wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 397.451,62. In de strafzaak was geen verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen geldbedragen gevorderd. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de genoemde vermogensbestanddelen de betrokkene tot wederrechtelijk voordeel strekten omdat zij voorwerp waren van het bewezenverklaarde witw…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken