Hoge Raad 2013-02-19 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5566, zaaknummer 12/03826 CW, cassatie in het belang der wet. Kernvraag — Staat art. 591a lid 2 Sv eraan in de weg dat een vergoeding voor raadsman-kosten wordt toegekend (a) na een sepot, (b) nadat een art. 12 Sv-beklag niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen, dan wel (c) nadat een gegrond verklaard beklag heeft geleid tot vervolging die eindigt zonder oplegging van straf of maatregel? Feiten — De officier van justitie seponeerde in januari 2007 de zaak tegen verdachte wegens gebrek aan bewijs. Op klacht van de aangever verklaarde het hof het beklag gegrond en beval vervolging. De politierechter sprak verdachte in maart 2008 vrij. Verdachte diende vervolgens een verzoekschrift op grond van art. 591a Sv in, mede strekkend tot vergoeding van raadsman-kosten gemaakt in de art. 12 Sv-procedure. Het hof kende in totaal € 7.497,52 toe. De Procureur-Generaal vorderde cassatie in het belang der wet. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat het begrip "zaak" in art. 591a Sv niet beperkt is tot de strafvervolging in enge zin, maar ook de art. 12 Sv-procedure omvat nu die in rechtstreeks verband staat met de strafzaak. Kosten van rechtsbijstand in de beklagprocedure komen dan ook voor vergoeding in aanmerking, zowel wanneer het beklag geen doel treft als wanneer het beklag gegrond wordt verklaard maar de zaak uiteindelijk eindigt zonder oplegging van straf of maatregel. Het hof kende de verzochte vergoeding toe. Ove…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken