Hoge Raad 2013-12-17 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2001, zaaknummer 11/03798, cassatie (strafzaak). Kernvraag — Kan het enkele voorhanden hebben van een geldbedrag dat afkomstig is uit enig misdrijf worden gekwalificeerd als witwassen in de zin van art. 420bis Sr, en gelden daarvoor nadere motiveringseisen wanneer het voorwerp afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf? Feiten — Verdachte werd op 20 juli 2010 op Schiphol aangetroffen met een geldbedrag van € 10.725,- waarvan hij wist dat het afkomstig was uit enig misdrijf. Het hof kwalificeerde dit voorhanden hebben als witwassen. Oordeel hof — Het hof kwalificeerde het bewezenverklaarde voorhanden hebben van het geldbedrag als witwassen en achtte dit voldoende gemotiveerd. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 2.3 de rechtsregels voorop omtrent witwassen van uit eigen misdrijf verkregen voorwerpen. Kernoverweging: > Gelet hierop moet worden aangenomen dat indien vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als (schuld)witwassen kan worden gekwalificeerd. Daarmee wordt mede beoogd te voorkomen dat een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die de door dat misdrijf verkregen voorwerpen ver…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken