ECLI:NL:HR:2013:199

Hoge Raad 2013-08-09 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 9 augustus 2013, ECLI:NL:HR:2013:199, zaaknummer 12/06009, cassatie (verwijzingszaak). Kernvraag — Welke redelijke termijn geldt voor de bezwaarfase bij de beoordeling van immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in belastingzaken, en welke vergoeding volgt uit die overschrijding? Feiten — Aan belanghebbende is voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar, beroep en hoger beroep vernietigde de Hoge Raad bij arrest van 13 juli 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BX0914, BNB 2012/267) de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem (het Hof) ter beantwoording van de vraag of en in hoeverre de redelijke termijn in de bezwaarfase was overschreden en welke immateriële schadevergoeding daaruit voortvloeit. Het Hof oordeelde dat de bezwaarfase bijna twee jaar en zes maanden had geduurd, hanteerde een redelijke termijn van één jaar voor de bezwaarfase, en kende een schadevergoeding toe van € 1.500,-. Oordeel hof — Het Hof ging ervan uit dat de redelijke termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar één jaar bedraagt, zodat de overschrijding in de bezwaarfase bijna één jaar en zes maanden beliep. Op basis hiervan kende het Hof een vergoeding van € 1.500,- toe. De Hoge Raad vernietigt deze uitspraak omdat een onjuiste termijn is gehanteerd voor de bezwaarfase. Overwegingen — In r.o. 4.3 overweegt de Hoge Raad, onder verwijzing naar…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken