ECLI:NL:HR:2013:1797

Hoge Raad 2013-12-20 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1797, zaaknummer 12/02872, cassatie. Kernvraag — Is de belastingrechter dan wel de algemene bestuursrechter bevoegd te oordelen over een dwangsombeschikking ex art. 4:18 Awb die samenhangt met een besluit van de inspecteur tot ambtshalve vermindering van een belastingaanslag, en stond tegen dat besluit bezwaar en beroep open? Feiten — Aan belanghebbende is een aanslag IB/PVV 2004 opgelegd. Bij brief van 30 december 2009 heeft hij de inspecteur verzocht de aanslag ambtshalve te verminderen; het bezwaar dat hij eerder had ingediend was niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Bij brief van 12 februari 2010 heeft belanghebbende de inspecteur in gebreke gesteld en aanspraak gemaakt op een dwangsom. De inspecteur heeft het verzoek om ambtshalve vermindering op 19 oktober 2010 volledig ingewilligd, maar bij beschikking van 18 november 2010 geweigerd een dwangsom vast te stellen. Het bezwaar daartegen is door de inspecteur ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard; het hof heeft het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Oordeel hof — Het hof heeft geoordeeld dat de beslissing op het verzoek tot ambtshalve vermindering geen voor bezwaar en beroep vatbaar besluit is, en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in belastingzaken meebrengt dat ook het bezwaar tegen de daarmee samenhangende dwangsombeschikking niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het hof heeft…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken