ECLI:NL:HR:2011:BP8053

Hoge Raad 2011-09-16 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8053, zaaknummer 10/03571, cassatie. Kernvraag — Mag een hof het hoger beroep gegrond verklaren en griffierecht en proceskosten toekennen, uitsluitend op grond van een ambtshalve geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn in de hogerberoepsfase? Feiten — Aan belanghebbende (X B.V. II) is over het jaar 2000 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en een boete opgelegd. Na bezwaar zijn beide verminderd. De Rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond. Het Hof Amsterdam verwierp alle door belanghebbende aangevoerde grieven inhoudelijk, maar constateerde ambtshalve dat de redelijke termijn (art. 6 EVRM) in de hogerberoepsfase was overschreden en verminderde de boete op die grond. Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en het griffierecht voor beide instanties. Oordeel hof — Het Hof oordeelde dat de ambtshalve geconstateerde termijnoverschrijding in hoger beroep reden was om het hoger beroep gegrond te verklaren, de uitspraak van de Rechtbank te vernietigen, het beroep gegrond te verklaren en de Inspecteur te veroordelen in proceskosten en griffierecht. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 3.2.1 vast dat het Hof, nu alle door belanghebbende aangevoerde grieven ongegrond waren en de boetevermindering uitsluitend voortvloeide uit de ambtshalve geconstateerde termijnoverschrijding in de hoge…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken