Hoge Raad 2011-06-24 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 24 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5707, zaaknummer 10/01299, cassatie. Kernvraag — Moet de aanwezigheid van een objectieve voordeelsverwachting — als onderdeel van de beoordeling of sprake is van een bron van inkomen (onderneming) — uitsluitend worden beoordeeld op basis van feiten en omstandigheden van het belastingjaar zelf, of mogen ook gegevens van latere jaren worden meegewogen? Feiten — Belanghebbende is in 2005 begonnen met het verzorgen van betaalde muzikale optredens (drie stuks) onder een artiestennaam. Hij had zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en voerde een boekhouding. In de jaren 2005 tot en met 2008 overtroffen de kosten telkens de opbrengsten; in 2009 werden in het geheel geen optredens verzorgd. Belanghebbende had zelf in zijn hogerberoepschrift verklaard dat positieve resultaten op korte termijn niet erg waarschijnlijk waren. In geschil was uitsluitend of sprake was van een objectieve voordeelsverwachting, zodat de muzikale activiteiten als bron van inkomen konden worden aangemerkt en een verlies uit onderneming alsmede de zelfstandigenaftrek in aanmerking konden worden genomen. Oordeel hof — Het Hof achtte aannemelijk dat in 2005 redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat de muzikale activiteiten in de toekomst positieve zuivere opbrengsten zouden opleveren. Het Hof baseerde dit oordeel mede op de resultaten uit de jaren 2006 tot en met 2009 en op de eigen verklaring van belanghebbende. Het Hof bevestigde de uitspr…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken