ECLI:NL:HR:2011:BP4012

Hoge Raad 2011-04-29 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4012, zaaknummer 10/01279, cassatie. Kernvraag — Onder welke voorwaarden legt een effectenleaseovereenkomst een onaanvaardbaar zware financiële last op een afnemer, en kan het voordeel dat de afnemer heeft behaald uit winstgevende effectenleaseovereenkomsten op grond van art. 6:100 BW in mindering worden gebracht op de schadevergoedingsplicht van Dexia ter zake van verliesgevende overeenkomsten? Feiten — [VdH.] heeft van 1997 tot en met 2001 vijf effectenleaseovereenkomsten gesloten met een rechtsvoorgangster van Dexia, waarbij hij met geleend geld effecten kocht. Alle overeenkomsten zijn geëindigd met een restschuld, die [VdH.] heeft voldaan. Drie eerdere leaseovereenkomsten waren geëindigd met een batig saldo van in totaal € 15.264,83. De totale restschuld bedraagt € 10.371,69. [VdH.] vorderde terugbetaling van het door hem betaalde, stellende dat Dexia haar zorgplicht heeft geschonden. Oordeel hof — Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van [VdH.] alsnog af. Het hof oordeelde dat Dexia wegens schending van haar waarschuwingsplicht alleen de restschuld behoeft te vergoeden, nu bij behoorlijk onderzoek niet zou zijn gebleken dat de overeenkomsten een onaanvaardbaar zware financiële last opleverden. Op die restschuld bracht het hof krachtens art. 6:100 BW het uit de drie winstgevende leaseovereenkomsten genoten voordeel in mindering, dat de restschuld overtrof, zodat per saldo nie…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken