ECLI:NL:HR:2011:BP3887

Hoge Raad 2011-03-25 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 25 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3887, zaaknummer 10/02146, cassatie. Kernvraag — Was de deelneemster aan het televisieprogramma "De Gouden Kooi" op grond van artikel 3 WW in privaatrechtelijke dienstbetrekking bij Talpa, zodat zij recht had op een WW-uitkering na haar vertrek uit het programma? Feiten — Belanghebbende nam van 23 september 2006 tot en met 26 juli 2007 deel aan het televisieprogramma "De Gouden Kooi", waarbij deelnemers 24 uur per dag via camera's werden gevolgd in een villa. Tussen Talpa en belanghebbende was een schriftelijke overeenkomst gesloten die partijen uitdrukkelijk als overeenkomst van opdracht hadden benoemd en waarin was opgenomen dat het arbeidsrecht niet van toepassing was. Talpa betaalde per maand een bruto schadeloosstelling van € 2.250,- en hield daarop loonheffing en sociale premies in. Belanghebbende werd "weggestemd" en ontving in totaal € 30.889,92 bruto. Het UWV weigerde haar een WW-uitkering. De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat wél sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking; het UWV stelde cassatie in. Oordeel hof — De Centrale Raad oordeelde dat belanghebbende tot Talpa in privaatrechtelijke dienstbetrekking stond in de zin van artikel 3 WW, nu was voldaan aan de drie vereisten: een verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid, een gezagsverhouding en een verplichting tot loonbetaling. De weigering van de WW-uitkering werd ten onrechte gehandhaafd geacht. Ove…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken