ECLI:NL:HR:2011:BN6350

Hoge Raad 2011-04-15 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6350, zaaknummer 09/05192, cassatie. Kernvraag — In hoeverre is de modelmatige berekening van nagevorderde vermogensbelasting (het zogenoemde Rekeningenproject) redelijk en niet willekeurig jegens weigeraars en ontkenners? En in hoeverre mogen diezelfde modelmatige gegevens tevens als bewijs dienen voor het opleggen van bestuurlijke boeten aan deze belastingplichtigen? Feiten — Op basis van microfiches van de Kredietbank Luxembourg (KB-Lux), verstrekt door de Belgische fiscus, heeft de Belastingdienst vastgesteld dat belanghebbende op 31 januari 1994 houder was van een rekening bij KB-Lux met een saldo van f 138,19. Belanghebbende heeft bij herhaling geweigerd de gevraagde informatie over buitenlandse bankrekeningen te verstrekken. De Inspecteur heeft vervolgens met behulp van een modelmatige berekening — de zogenoemde applicatie "correcties" — navorderingsaanslagen vermogensbelasting opgelegd over 1991–2000, met verhogingen van 100% (jaren 1991–1998) respectievelijk boeten (jaren 1999–2000). Kern van het model is dat de totale correctie wordt bepaald aan de hand van de 95%-norm van de meewerkers (particulieren), vermenigvuldigd met een factor 1,5, waarna de totale correctie via tabellen over de afzonderlijke jaren wordt verdeeld. Het hof Amsterdam heeft de beroepen deels gegrond verklaard, de aanslagen verminderd en de verhogingen gedeeltelijk kwijtgescholden, maar de boeten onvoldoende op hun feitelijke grond…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken