ECLI:NL:HR:2011:BN3442

Hoge Raad 2011-11-25 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN3442, zaaknummer 08/05323, cassatie. Kernvraag — Kan een moedervennootschap een afwaarderingsverlies op een vordering op haar dochtervennootschap ten laste van haar fiscale winst brengen, indien die vordering voortvloeit uit een geldverstrekking die kwalificeert als een onzakelijke lening? Feiten — Belanghebbende (X BV, gevestigd op Curaçao) richtte op 30 december 1999 dochtermaatschappij A BV op en verkocht haar effectenportefeuille aan A BV voor circa € 5,3 miljoen, geboekt als rekening-courantschuld tegen 5% rente. De fiscale eenheid werd op 31 december 1999 beëindigd. In februari 2001 werd de rekening-courantschuld omgezet in een geldlening met een looptijd van tien jaar, dezelfde rente van 5% en een pandrecht op de effecten. A BV kon de rente over 2000 en 2001 niet voldoen en had eind 2001 een negatief eigen vermogen van circa € 1,2 miljoen. Belanghebbende waardeerde haar vordering in 2001 met dat bedrag af en bracht dit verlies in mindering op haar vennootschapsbelastbare winst. De inspecteur weigerde de aftrek; het gerechtshof Arnhem bevestigde die weigering. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de geldverstrekking alle zakelijkheid ontbeert, omdat A BV bij aanvang nagenoeg geen eigen vermogen had, geen zekerheden waren bedongen en geen aflossingsschema was overeengekomen, terwijl de inkomsten uit de effecten onvoldoende waren om de rente van 5% te voldoen. De nadien gesloten geldleningsovereenkomst me…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken