Hoge Raad 2010-10-12 — Strafrecht
Samenvatting HR 12 oktober 2010 (Nr. 09/01139) Kernvraag Kan uit de bewijsmiddelen worden afgeleid dat de verdachte opzettelijk circa 25 tabletten/pillen met MDMA aanwezig heeft gehad, naast heroïne, cocaïne, amfetamine en hasjiesj? Feiten Op 29 januari 2007 werden bij een doorzoeking van de woning van verdachte in Eindhoven op meerdere plaatsen verdovende middelen aangetroffen. De MDMA-tabletten lagen specifiek in een potje in de afzuigkap van de (gedeelde) keuken. De verdachte erkende heroïnegebruiker te zijn, maar ontkende wetenschap van de aanwezigheid van de overige drugs. Hij voerde aan dat zijn broer en een vriend sleutels hadden en regelmatig in zijn woning verbleven. Overwegingen rechter (Hof / Hoge Raad) Het Hof achtte het opzet op de aanwezigheid van alle drugs bewezen, op grond van: verdachte verbleef vrijwel permanent in zijn kamer/keuken wegens ziekte; de vriezer (met amfetamine) was zijn eigendom; drugs lagen op meerdere plaatsen verspreid in zijn directe leefruimte. De Hoge Raad oordeelt echter dat het bewijs voor het opzet specifiek op de MDMA-tabletten ontoereikend is gemotiveerd. De tabletten bevonden zich in de afzuigkap van de gedeelde keuken, en het Hof heeft niet afdoende uitgelegd waarom de verdachte ook van díe tabletten wetenschap moet hebben gehad, mede gelet op het verweer en de bijzondere vindplaats. Beslissing De Hoge Raad vernietigt het arrest gedeeltelijk: alleen voor zover het betreft de bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben v…