Hoge Raad 2010-10-08 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 8 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9615, zaaknummer 08/04586, cassatie. Kernvraag — Hebben eisers tijdig geprotesteerd in de zin van art. 6:89 BW en waren de uitgebrachte stuitingsexploten voldoende duidelijk om ook een vordering uit onverschuldigde betaling wegens overtreding van effectenrechtelijke voorschriften te stuiten? Feiten — Chipshol Forward N.V. heeft in 1991 toonderaandelen uitgeleverd aan [eiser 1] en Lafranca Stiftung, mede op basis van een draft prospectus dat melding maakte van een kooprecht op circa 500 ha grond nabij Schiphol. Een samenwerkingsovereenkomst met N.V. Landinvest is nooit ondertekend; dit leidde tot een procedure in 1993 die werd verloren. In oktober 1996 en maart 1997 zijn stuitingsexploten uitgebracht. [Eiser] c.s. vorderen schadevergoeding wegens wanprestatie en onrechtmatig handelen (misleidende emissie-informatie, strijd met effectenwetgeving), en stelden in hoger beroep tevens dat het "Tienmansakkoord" van december 1995 een tekortkoming opleverde in de nakoming van de uitgifteovereenkomst. Rechtbank en hof wezen de vorderingen af. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat [betrokkene 1] c.s. niet tijdig op de voet van art. 6:89 BW hebben geprotesteerd tegen het ontbreken van een deugdelijke samenwerkingsovereenkomst. Voorts oordeelde het hof dat de stuitingsexploten geen gewag maakten van een vordering uit onverschuldigde betaling wegens overtreding van effectenrechtelijke voorschriften, zodat de verjaring van die…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken