Hoge Raad 2010-07-13 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0787, zaaknummer 08/01422, cassatie (ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof). Kernvraag — Wat is de bewijsmaatstaf voor het bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf" bij witwassen, en in het bijzonder: draagt de verdachte de last aannemelijk te maken dat geld niet van misdrijf afkomstig is zodra het vermoeden van witwassen is gerechtvaardigd? Feiten — Aan verdachte zijn heling en witwassen ten laste gelegd van zeer grote contante geldbedragen in de periode maart 2001 tot oktober 2004, waarbij de geldbedragen door verdachte en een medeverdachte naar het Verenigd Koninkrijk en Luxemburg werden vervoerd voor diverse investeringsmaatschappijen onder ongebruikelijke en nadelige condities. Direct bewijs voor een criminele herkomst ontbrak; verdachte verklaarde consistent dat het geld afkomstig was uit de verkoop van belangen in cambio-ondernemingen (wisselkantoren in Nederland en Suriname) van investeerder [betrokkene 1]. Het hof oordeelde dat die verklaring niet op voorhand als volslagen onwaarschijnlijk kon worden aangemerkt en dat nader onderzoek door het OM naar de cambio-herkomst achterwege was gebleven. Oordeel hof — Het hof sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het stelde vast dat de feiten en omstandigheden weliswaar zonder meer een vermoeden van witwassen rechtvaardigden, maar dat verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand onwaarschijnlijke herkomstverklarin…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken