ECLI:NL:HR:2010:BK2094

Hoge Raad 2010-01-26 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 26 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2094, zaaknummer 08/00130, cassatie. Kernvraag — Is de bewezenverklaring van bedreiging (feit 2) in strijd met het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv, nu deze hoofdzakelijk steunt op de verklaring van één getuige (de aangever)? Feiten — Verdachte heeft op 3 september 2006 in het asielzoekerscentrum te Burgum de aangever herhaaldelijk bedreigd door hem een mes te tonen en daarbij de woorden "I kill you" te uiten. Bij aanhouding werd een zakmes op hem aangetroffen. Het hof heeft verdachte voor deze bedreiging (feit 2) veroordeeld en voor feit 3 (overtreding Wet wapens en munitie) geen straf of maatregel opgelegd ex art. 9a Sr. Oordeel hof — Het hof heeft de bewezenverklaring van feit 2 doen steunen op de verklaring van de aangever, aangevuld met overige bewijsmiddelen, en de bedreiging bewezen geacht. Voor feit 3 paste het hof art. 9a Sr toe. Overwegingen — Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep stelt de Hoge Raad vast dat tegen de beslissing over feit 3 — een overtreding waarbij met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel werd opgelegd — ingevolge art. 427 Sv (zoals geldend vanaf 1 januari 2002) geen cassatieberoep openstaat. Verdachte is in zoverre niet-ontvankelijk; het tweede middel blijft buiten bespreking (r.o. 2.1–2.2). Ten aanzien van het eerste middel (schending art. 342 lid 2 Sv) formuleert de Hoge Raad in r.o. 3.3 de toepasselijke maatstaf: Kernoverweging: > Volgens het tweede…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken