Hoge Raad 2008-01-22 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB7134, zaaknummer 01263/07, cassatie. Kernvraag — Of een bewezenverklaring van deelneming aan een criminele organisatie (art. 140 Sr) toereikend is gemotiveerd wanneer de bewezenverklaarde organisatie bestaat uit twee deels overlappende groepen personen die zich afzonderlijk bezighielden met de handel in XTC respectievelijk cocaïne, terwijl niet alle deelnemers onderling hebben samengewerkt of van elkaars activiteiten op de hoogte waren. Feiten — Verdachte maakte in de periode 20 juli 2000 tot en met 13 november 2000 deel uit van twee groepen: een groep die handelde in XTC-pillen en een groep die handelde in cocaïne. In beide groepen werkte hij nauw samen met medeverdachte [medeverdachte 4], aan wie hij instructies gaf en die hem als chauffeur, bewaker en manusje-van-alles diende. De XTC-handel zou deels worden betaald met cocaïne. Het hof beweesverklaard deelname aan één organisatie bestaande uit verdachte en vijf met name genoemde medeverdachten. Oordeel hof — Het hof veroordeelde verdachte wegens — onder meer — deelneming aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven (art. 140 Sr) en legde vier jaar gevangenisstraf op. Het hof oordeelde dat verdachte en de overige genoemde personen gezamenlijk één gestructureerde criminele organisatie vormden, gericht op overtredingen van de Opiumwet met betrekking tot lijst I-middelen. Overwegingen — Het eerste middel wordt verworpen via art. 81 RO, nu…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken