Hoge Raad 2007-06-15 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 15 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7184, zaaknummer 42.687, cassatie. Kernvraag — Kan een inhoudingsplichtige met succes een beroep doen op afwezigheid van alle schuld ter zake van een boete wegens niet-tijdige afdracht, indien de niet-tijdige betaling is veroorzaakt door nalatigheid van de door hem ingeschakelde bank? Feiten — Aan belanghebbende (X B.V.) is over het tijdvak 1 oktober 2001 tot en met 31 december 2001 een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd ten bedrage van ƒ 121.740, alsmede een boete van ƒ 1.217. Belanghebbende had de betaling van de verschuldigde belasting opgedragen aan een bank, die aan die opdracht niet of niet tijdig heeft voldaan. Na ongegrondverklaring van het bezwaar verklaarde het Hof het beroep ongegrond. Oordeel hof — Het Hof verwierp het beroep op afwezigheid van alle schuld op de grond dat de nalatigheid van de ingeschakelde bank aan belanghebbende moet worden toegerekend, zodat belanghebbende reeds om die reden niet kon stellen dat haar niets te verwijten viel. Overwegingen — Middel I wordt verworpen via art. 81 RO (r.o. 3.1). In r.o. 3.3 oordeelt de Hoge Raad dat de omstandigheid dat een inhoudingsplichtige de betaling van de op aangifte af te dragen belasting heeft opgedragen aan een bank, die aan die opdracht niet of niet tijdig heeft voldaan, weliswaar niet eraan afdoet dat de inhoudingsplichtige in verzuim is, maar dat dit de gevolgtrekking van het Hof niet rechtvaardigt. Kernover…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken