Hoge Raad 2005-07-08 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8945, zaaknummer 39.953, cassatie. Kernvraag — Hoe dient de meerderheidsregel te worden toegepast in WOZ-zaken wanneer de fout bij de waardebepaling niet is terug te voeren op een specifiek, door bepaalde woningen gedeeld kenmerk: moet de vergelijkingsgroep bestaan uit alle "vergelijkbare" woningen of uitsluitend uit identieke woningen? Feiten — Belanghebbende is eigenaar van tussenwoning a-straat 2 te Z, waarvan de WOZ-waarde voor het tijdvak 1997–2000 is vastgesteld op ƒ 265.000. Hij stelt dat de meeste andere tussenwoningen in de a-straat met even huisnummers — naar zijn zeggen identiek aan zijn woning — als gevolg van een incidentele misslag bij referentieobject a-straat 4 zijn gewaardeerd op slechts ƒ 217.000. Het hoofd voert aan dat de fout niet is terug te voeren op een specifiek kenmerk, en dat bij toepassing van de meerderheidsregel gekeken moet worden naar alle "vergelijkbare" woningen; in de gemeente Breda vallen circa 55.000 woningen onder de categorie repeterende woningbouw, zodat geen sprake is van een meerderheid van gevallen waarin een juiste wetstoepassing achterwege bleef. Oordeel hof — Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft de WOZ-beschikking bevestigd en geoordeeld dat belanghebbende, tegenover de betwisting door het hoofd gemotiveerd met aantallen specifiek aangeduide vergelijkbare onroerende zaken in de gehele gemeente, niet aannemelijk heeft gemaakt dat in de meerderheid van vergelijkbar…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken