ECLI:NL:HR:2004:AO5822

Hoge Raad 2004-06-01 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 1 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5822, zaaknummer 01889/03, cassatie. Kernvraag — Kan uit de bewijsmiddelen worden afgeleid dat de verdachte aanmerkelijk onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden in de zin van art. 6 Wegenverkeerswet 1994, indien zij heeft verklaard dat zij tijdens het rijden een plotselinge 'black-out' heeft gehad? Feiten — De verdachte reed op 12 juni 2001 met circa 80 km/u over de Van Heemstraweg in Winssen. In een flauwe bocht naar links is zij plotseling, zonder aanwijsbare aanleiding, volledig op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer terechtgekomen en frontaal gebotst op een tegenligger, die zwaar lichamelijk letsel opliep. De verdachte verklaarde bij de politie dat zij kennelijk een soort 'black-out' had gehad en daarna niet meer naar rechts had gestuurd. Bij het hof herhaalde zij dat zij nog nooit eerder een dergelijke absence had gehad. Oordeel hof — Het hof heeft de verdachte veroordeeld wegens overtreding van art. 6 Wegenverkeerswet 1994 en heeft de eigen verklaring van de verdachte over de black-out als redengevend bewijsmiddel voor de bewezenverklaarde aanmerkelijke onoplettendheid gebezigd, zonder daartoe nadere motivering te geven. Het bestreden arrest is vernietigd. Overwegingen — In r.o. 3.5 formuleert de Hoge Raad de maatstaf voor schuld ex art. 6 WVW 1994: het gaat om het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet in zijn algemeenheid v…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken