Hoge Raad 2003-08-08 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 8 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0924, zaaknummer 38.085, cassatie. Kernvraag — Maakt de omzetbelasting die bij een veronderstelde verkoop van een onroerende zaak aan de koper in rekening wordt gebracht deel uit van de WOZ-waarde als bedoeld in art. 17 lid 2 Wet WOZ, ook wanneer die koper de omzetbelasting als ondernemer in aftrek kan brengen? Feiten — Belanghebbende, ondernemer voor de omzetbelasting, kocht in augustus 1995 een nieuwe recreatiewoning met de bedoeling deze te verhuren. De in rekening gebrachte omzetbelasting bracht zij in aftrek. De heffingsambtenaar van de gemeente Veere stelde de WOZ-waarde voor het tijdvak 1 januari 1998 tot en met 31 december 2000 vast op ƒ 355.000 inclusief omzetbelasting. Belanghebbende bepleitte een waardevaststelling exclusief omzetbelasting. Oordeel hof — Het Gerechtshof te 's-Gravenhage oordeelde dat de omstandigheid dat belanghebbende ondernemer is en de woning niet zou hebben gekocht zonder aftrekmogelijkheid, een persoonlijke omstandigheid is die de WOZ-waarde niet beïnvloedt. Het hof verklaarde het beroep ongegrond. Overwegingen — In r.o. 3.3 stelt de Hoge Raad voorop dat het hof terecht heeft aangenomen dat de WOZ-waarde ingevolge art. 17 lid 2 Wet WOZ wordt vastgesteld op de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meestbiedende gegadigde zou zijn besteed. In r.o. 3.4 stelt de Hoge Raad vast — en dit werd in cassatie niet bestreden — d…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken