ECLI:NL:HR:2002:AE5651

Hoge Raad 2002-10-08 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5651, zaaknummer 02117/01, cassatie. Kernvraag — Zijn voor deelneming aan een criminele organisatie (art. 140 Sr) naast wetenschap van het oogmerk van de organisatie ook opzet op de concrete misdrijven vereist, en kan het bewezenverklaarde valsheidsdelict (feit 3) worden gedragen door de gebezigde bewijsmiddelen? Feiten — Het hof veroordeelde verdachte voor (1) deelneming aan een criminele organisatie met oogmerk heling en onvergund wisselkantoor, (2) medeplegen van gewoonteheling, en (3) medeplegen van valsheid in geschrift en gebruik van een vals geschrift. De bewezenverklaring onder 3 hield in dat verdachte tezamen met een ander in de administratie in strijd met de waarheid had verklaard dat medeverdachte [betrokkene 1] met instemming van de Nederlandse autoriteiten grote geldbedragen wisselt, en dat van die valse administratie gebruik is gemaakt door haar voor te leggen aan de Customs & Excise te Londen. Oordeel hof — Het hof veroordeelde verdachte voor alle drie feiten tot vier maanden gevangenisstraf voorwaardelijk en 240 uren onbetaalde arbeid. Overwegingen — Ten aanzien van feit 1 (r.o. 3.3) verwerpt de Hoge Raad de klacht dat voor deelneming als bedoeld in art. 140 Sr ook opzet op de concrete door de organisatie beoogde misdrijven vereist is. Onder verwijzing naar HR 8 november 1997, NJ 1998, 225 herhaalt de Hoge Raad dat voldoende is dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwa…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken