Hoge Raad 2001-09-18 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530, zaaknummer 00227/01, cassatie. Kernvraag — Of uit de bewijsmotivering van het hof kan volgen dat de verdachte heeft gehandeld met opzet op levensberoving, en of de feitelijke vaststellingen van het hof in de bewijsmotivering begrijpelijk zijn. Feiten — Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte een nog geen jaar oud kind, dat zich in een trappelzak bevond, opzettelijk in een sloot terecht heeft laten komen, althans heeft neergelegd in een smalle, sterk glooiende bermwal van een sloot, waarna het kind in het water terechtkwam en door verdrinking om het leven is gekomen. Het hof veroordeelde de verdachte wegens doodslag en onttrekking van een minderjarige (beneden de twaalf jaar) aan het wettig over hem gesteld gezag tot acht jaren gevangenisstraf, na vrijspraak van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Oordeel hof — Het hof leidde uit zijn feitelijke vaststellingen af dat de verdachte heeft gehandeld met opzet op levensberoving, waaronder mede begrepen het willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat het kind door verdrinking om het leven zou komen. Het hof stelde voorts vast dat niet was gebleken van sporen in de woning die zouden wijzen op andere handelingen dan die in directe relatie staan tot het wegnemen van het kind uit de woning. Overwegingen — Het eerste middel, inhoudende dat het opzet op levensberoving niet uit de bewijsmotivering kan volgen, faalt (r.o. 3.1.2-3.1.3). De ge…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken