Hoge Raad 1989-04-14 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 14 april 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD5725 (Harmonisatiewet), zaaknummer 13.822, cassatie (sprongcassatie ex art. 398 onder 2° Rv). Kernvraag — Mag de rechter een wet in formele zin toetsen aan (1) fundamentele rechtsbeginselen, (2) het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en (3) verdragsbepalingen als art. 26 IVBPR, art. 14 EVRM jo. art. 2 Eerste Protocol EVRM en art. 13 IVESCR, in het kader van een vordering die ertoe strekte dat de Staat bepalingen van de Harmonisatiewet buiten toepassing zou laten jegens studenten die daardoor werden getroffen in hun studiefinancieringsaanspraken? Feiten — LSVB en zeven andere eisers vorderden in kort geding dat de Staat gehouden was ook na 1 augustus 1988 studiefinanciering te blijven verstrekken en bepalingen van de Harmonisatiewet (art. 35 lid 4 WWO, art. 38 lid 3 WHBO en art. 18 lid 4 WOU) buiten toepassing te laten jegens studenten die reeds in het studiejaar 1987/1988 waren ingeschreven en voor wie eerder genoten onderwijsjaren door de inwerkingtreding van de Harmonisatiewet wel meegingen tellen voor de maximale inschrijvingsduur, terwijl die jaren onder de oude wetgeving buiten de berekening zouden zijn gebleven. De President van de Rechtbank te 's-Gravenhage wees de vordering bij vonnis van 11 augustus 1988 toe. De Staat stelde vervolgens sprongcassatie in; LSVB stelde incidenteel cassatieberoep in. Oordeel hof — De President oordeelde dat de rechter de wet mocht toetsen aan het Statuut voor het…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken