Hoge Raad 1983-04-22 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575, zaaknummer 12017, cassatie. Kernvraag — Onder welke omstandigheden kan de rechter in een executiegeschil de staking bevelen van de tenuitvoerlegging van een voor voorlopige tenuitvoerlegging vatbaar ontruimingsvonnis, in afwachting van de uitslag van het hoger beroep? Feiten — De Kantonrechter te [woonplaats] wees op 12 juni 1981 een voor voorlopige tenuitvoerlegging vatbaar vonnis tot ontruiming van een pand. Eisers stelden hoger beroep in en vorderden in kort geding bij de President van de Rechtbank te Maastricht een bevel aan verweerder om de executie te staken totdat op het hoger beroep zou zijn beslist. De President wees de vordering af; het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bekrachtigde dit vonnis op 22 december 1981. Oordeel hof — Het hof bekrachtigde het vonnis van de President en achtte geen noodtoestand aannemelijk aan de zijde van de geëxecuteerden die een onverwijlde tenuitvoerlegging onaanvaardbaar zou maken. Overwegingen — De Hoge Raad formuleert in r.o. 3.2 de maatstaf voor executiegeschillen over ontruimingsvonnissen. Kernoverweging: > In een dergelijk executiegeschil met betrekking tot een ontruimingsvonnis kan de rechter slechts de staking van de tenuitvoerlegging van dat vonnis bevelen, indien hij van oordeel is dat de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de ontruiming zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij g…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken