ECLI:NL:GHSHE:2022:3914

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2022-11-09 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 november 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3914, zaaknummer 21/00998, hoger beroep. Kernvraag — Is de WOZ-waarde van de woning voor het jaar 2019 (waardepeildatum 1 januari 2018) te hoog vastgesteld op € 350.000? En heeft de heffingsambtenaar art. 7:4 lid 4 Awb en/of art. 40 Wet WOZ geschonden door de KOUDV- en liggingsfactoren van de vergelijkingsobjecten niet toe te sturen in de bezwaarfase, en geeft dat aanleiding tot een proceskostenvergoeding? Feiten — Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-één-kapwoning uit 1961 te 's-Hertogenbosch (inhoud 379 m³, aanbouw 88 m³, garage 81 m³, perceel ca. 349 m²). De WOZ-waarde is vastgesteld op € 350.000. De gemachtigde van belanghebbende, een no-cure-no-pay-kantoor dat ook namens vele andere belanghebbenden optreedt, heeft met de heffingsambtenaar werkafspraken gemaakt voor de behandeling van bezwaren over 2019. Onderdeel van die afspraken is dat het kantoor bij procedurele fouten eerst contact opneemt met de heffingsambtenaar voordat een beroepschrift wordt ingediend. Het kantoor heeft in het bezwaarschrift verzocht om toezending van de KOUDV- en liggingsfactoren van de vergelijkingsobjecten. De heffingsambtenaar stuurde op 11 oktober 2019 de taxatiekaart van de woning zelf toe, maar daarop ontbraken de gevraagde secundaire objectgegevens van de vergelijkingsobjecten. Het kantoor heeft hierover na die datum geen contact opgenomen met de heffingsambtenaar, noch gebruik gemaakt van het…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken