ECLI:NL:CRVB:2012:BV2512

Centrale Raad van Beroep 2012-01-26 — Bestuursrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 26 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV2512, zaaknummer 10/5612 WWB, hoger beroep. Kernvraag — Voerde appellante een gezamenlijke huishouding in de zin van art. 3 lid 3 WWB met haar nichtje, zodat zij niet als zelfstandig subject van bijstand recht had op een uitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder? Feiten — Appellante diende op 14 juni 2010 een bijstandsaanvraag in naar de norm voor alleenstaande ouder en gaf aan een kamer te huren bij haar nichtje ([P.]) voor € 250,- per maand. Na een huisbezoek door twee handhavingsspecialisten, waarbij een op ambtsbelofte opgemaakt rapport is opgesteld, wees het College de aanvraag af op de grond dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde met [P.]. Appellante bestreed in hoger beroep de juistheid van de schriftelijk vastgelegde verklaring, stellend dat deze haar niet was voorgelezen en dat zij het desbetreffende vakje niet had aangekruist. Overwegingen — Niet in geschil is dat appellante en [P.] hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden, zodat aan het eerste criterium van art. 3 lid 3 WWB is voldaan (r.o. 4.3). Ten aanzien van het tweede criterium — wederzijdse zorg — oordeelt de Raad in r.o. 4.4 dat dit kan blijken uit financiële verstrengeling die verder gaat dan het uitsluitend delen van woonlasten, maar dat ook andere feiten en omstandigheden voldoende kunnen zijn als van zodanige verstrengeling niet of slechts in geringe mate sprake is. Bepalend is een afweging van a…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken