ECLI:NL:CRVB:2016:12

Centrale Raad van Beroep 2016-01-11 — Bestuursrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 11 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:12, zaaknummer 15/2099 WWB, hoger beroep. Kernvraag — In hoeverre is de aan appellanten opgelegde bestuurlijke boete wegens schending van de inlichtingenverplichting onder de WWB evenredig, gelet op de mate van verwijtbaarheid (grove schuld) en de financiële draagkracht van appellanten? Feiten — Appellanten ontvingen vanaf 27 december 2012 bijstand naar de gehuwdennorm. Bij hun bijstandsaanvraag meldden zij slechts één bankrekening met een saldo van € 20,-, maar op naam van appellanten stonden vier rekeningen met een totaalsaldo van € 22.664,53. Van één verzwegen rekening werd in de periode 27 december 2012 tot en met 2 januari 2013 een bedrag van € 22.000,- contant opgenomen; appellanten maakten niet aannemelijk dat dit bedrag was aangewend ter aflossing van schulden. Het college trok de bijstand over de gehele periode in en vorderde € 6.913,55 terug. Tevens legde het college een boete op van € 6.920,- (100% van het benadelingsbedrag). De rechtbank had de boete vastgesteld op € 3.420,- (50% van het benadelingsbedrag, uitgesplitst naar de toepasselijke regimes vóór en na 1 januari 2013). Overwegingen — De Raad handhaaft het oordeel over intrekking en terugvordering; appellanten hebben de inlichtingenverplichting geschonden door drie bankrekeningen en de daarop staande saldi niet te melden (r.o. 4.6). Ten aanzien van de boete herhaalt de Raad het toetsingskader uit eerdere rechtspraak (ECLI:NL:C…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken