ECLI:NL:CBB:2025:7

College van Beroep voor het bedrijfsleven 2025-01-14 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14 januari 2025, ECLI:NL:CBB:2025:7, zaaknummer 22/2601, hoger beroep. Kernvraag — Is terecht een boete van € 2.500,- opgelegd wegens het zonder vergunning gebruiken van frequentieruimte, en dient de boete te worden gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM? Feiten — Op 17 februari 2019 hebben toezichthouders van het Agentschap Telecom aan de hand van radiopeilingen, relatieve veldsterktemetingen en visuele waarnemingen vastgesteld dat vanaf een antenne-installatie op het balkon van appellant illegaal een FM-signaal werd uitgezonden op 95,9 MHz. Appellant is huurder en gebruiker van het perceel. De minister heeft hem bij besluit van 23 juli 2019 een boete van € 2.500,- opgelegd wegens overtreding van artikel 3.13 lid 1 jo. artikel 10.15 lid 1 Telecommunicatiewet. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. Overwegingen — Wat betreft de bewijslast en de waarde van het rapport van bevindingen stelt het College voorop (r.o. 3.2, onder verwijzing naar ECLI:NL:CBB:2024:220) dat in boetezaken de bewijslast rust op het bestuursorgaan. Een bestuursorgaan mag in beginsel uitgaan van de juistheid van de bevindingen in een rapport van bevindingen, mits de controle is verricht door een bevoegde toezichthouder en het rapport zelf geen grond biedt voor twijfel. Omdat het rapport niet op ambtseed of ambtsbelofte is opgemaakt, komt daaraan minder bewijskracht toe dan aan e…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken