Raad van State 2021-01-20 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Raad van State, 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71, zaaknummer 201907146/1/R2, hoger beroep. Kernvraag — Onder welke omstandigheden kan of moet een natuurvergunning op grond van art. 5.4 Wet natuurbescherming (Wnb) worden ingetrokken of gewijzigd, welke eisen worden gesteld aan de motivering van een beslissing op een verzoek daartoe, en wat is de betekenis van de wijziging per 1 januari 2020 van de vergunningplicht voor projecten die gebruik maken van intern salderen? Feiten — Aan De Logt is op 19 december 2013 een natuurvergunning verleend voor het wijzigen van een varkenshouderij aan de Logtsebaan 2 in Oirschot (19.008 gespeende biggen), gelegen op circa 646 meter van het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. De vergunning is verleend op basis van intern salderen: de stikstofdepositie nam ten opzichte van de referentiesituatie niet toe. Van de vergunning is nooit gebruik gemaakt. BMF en Natuurmonumenten hebben het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verzocht de vergunning in te trekken; dat verzoek is bij besluit van 27 juli 2018 afgewezen en bij beslissing op bezwaar van 14 februari 2019 gehandhaafd. De rechtbank Oost-Brabant heeft het beroep van BMF en Natuurmonumenten gegrond verklaard en het besluit van 14 februari 2019 vernietigd. Overwegingen — Uitleg art. 5.4, eerste en tweede lid, Wnb (r.o. 6.1–6.6) Art. 5.4, eerste lid, onder c en d, Wnb geeft het college een discretionaire bevoegdheid tot intrekking of wijziging, w…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken