Raad van State 2020-10-28 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2571, zaaknummer 201903064/1/A3. Kernvraag — Mag een bestuursorgaan bij de heroverweging in bezwaar van een onrechtmatig afgewezen handhavingsverzoek feiten en omstandigheden betrekken die dateren van ná het primaire besluit? Voorts: wat is de aard van de zorgvuldigheidsverplichting van marktdeelnemers onder de Houtverordening en hoelang duurt de hoedanigheid van marktdeelnemer? Feiten — Greenpeace verzocht de NVWA in mei 2014 handhavend op te treden tegen elf houtimporteurs wegens overtreding van de Europese Houtverordening (Verordening (EU) nr. 995/2010). De NVWA wees het verzoek af bij besluit van 30 december 2014; bij vijf bedrijven waren wel overtredingen geconstateerd, maar werd volstaan met waarschuwingen op grond van het interventiebeleid. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar van 26 februari 2016 bij uitspraak van 4 juli 2017, oordeelde dat het interventiebeleid kennelijk onredelijk was en droeg de staatssecretaris op opnieuw te beslissen. Tegen die uitspraak werd geen hoger beroep ingesteld. Bij nieuw besluit op bezwaar van 30 oktober 2017 erkende de minister de onrechtmatigheid van het primaire besluit, maar zag hij alsnog af van handhaving omdat hij nieuwe feiten en omstandigheden betrok (beëindigen van activiteiten, aansluiting bij toezichthoudende organisatie). De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit bij uitspraak van 12 maart 2019 omdat z…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken