ECLI:NL:RVS:2014:4129

Raad van State 2014-11-19 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4129, zaaknummer 201311752/1/A3, hoger beroep. Kernvraag — Kan een bij de bestuursrechter ingesteld beroep wegens misbruik van recht niet-ontvankelijk worden verklaard, en is daarvan sprake wanneer een rechtsbijstandverlener stelselmatig Wob-verzoeken indient over verkeersboetes met als enig doel dwangsommen en proceskostenvergoedingen ten laste van de overheid te incasseren? Feiten — Aan appellante is een verkeersboete opgelegd. Haar gemachtigden ([juridisch adviseur 1] en [juridisch adviseur 2]), die rechtsbijstand verlenen op "no cure no pay"-basis waarbij het honorarium gelijk is gesteld aan toegekende proceskostenvergoedingen en verbeurde dwangsommen deels aan de gemachtigde toekomen, hebben namens haar achtereenvolgens zes op de Wob gebaseerde informatieverzoeken ingediend over (samenhangende) stukken betreffende de verkeersboete. Meermalen zijn dezelfde documenten opgevraagd zonder opgave van reden, zijn verzoeken gericht aan een afwijkend postadres of faxnummer dan het aan hen meegedeelde adres van het Cluster Wob, en is een Wob-verzoek in een brief voor administratief beroep opgenomen. Appellante heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op een bezwaar over een geweigerd Wob-verzoek. De rechtbank Rotterdam heeft dit beroep wegens misbruik van recht niet-ontvankelijk verklaard. Overwegingen — De Afdeling stelt voorop dat het niet-ondertekende verw…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken