ECLI:NL:RBZWB:2026:6828

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 juli 2026 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Zeeland-West-Brabant (kantonrechter, zittingsplaats Breda), 22 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6828, zaaknummer 11937284 CV EXPL 25-3514, bodemzaak. Kernvraag — Moet de rechtsverhouding tussen een zelfstandig jurist (eenmanszaak) en haar opdrachtgever worden gekwalificeerd als arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht, en is de opdrachtgever bevoegd de laatste factuur (volledig) op te schorten wegens het niet inleveren van een laptop en tag? Daarnaast: is de opdrachtgever toerekenbaar tekortgeschoten in een contractueel participatierecht? Feiten — Een zelfstandig jurist (mr. in de rechten, FG/legal counsel) heeft vanaf januari 2023 op grond van twee door haarzelf opgestelde overeenkomsten van opdracht werkzaamheden verricht voor CDG, een tandartsconcern. Overeenkomst 2 (per 1 juli 2023) voorzag in een vaste maandvergoeding van € 13.000,- exclusief btw op basis van een 24-urige werkweek, alsmede een recht om vóór 1 januari 2024 voor € 50.000,- te participeren in CDG Topco B.V. via certificaten van gewone aandelen. Opdrachtnemer heeft overeenkomst 2 op 28 juni 2024 opgezegd per 1 september 2024, waarna zij de laatste factuur van € 16.783,91 inclusief btw heeft ingediend. CDG weigerde betaling omdat opdrachtnemer de haar in bruikleen gegeven laptop en tag niet heeft teruggegeven; de bruikleenovereenkomst bepaalt een boete van € 50,- per dag bij niet-retournering, zonder maximum. Opdrachtnemer weigerde inlevering zolang zij geen gelegenheid ha…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken