Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 september 2024 — Civiel recht; Arbeidsrecht
Instantie en datum — Rechtbank Zeeland-West-Brabant (kantonrechter, zittingsplaats Breda), 30 september 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6808, zaaknummer 11243901/AZ VERZ 24-58. Kernvraag — Kan de arbeidsovereenkomst worden ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding dan wel ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, en heeft de werknemer recht op een billijke vergoeding omdat de werkgever hem ten onrechte niet heeft toegelaten tot zijn eigen werk ondanks zijn feitelijke arbeidsgeschiktheid? Feiten — De werknemer is op 6 september 2021 arbeidsongeschikt geraakt door een verkeersongeval. Na het verstrijken van de wachttijd van 104 weken (4 september 2023) ontving hij een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 61,70%. De werkgever legde hem een vaststellingsovereenkomst voor, die hij weigerde, waarna de werkgever een ontslagaanvraag indiende bij het UWV. Die aanvraag werd geweigerd omdat de bedrijfsarts herstel binnen 26 weken niet uitsloot. Bij beslissing op bezwaar van 20 juni 2024 oordeelde het UWV met terugwerkende kracht dat de werknemer per 4 september 2023 doorlopend arbeidsgeschikt was voor zijn eigen werk. Mediation leidde niet tot herstel van de arbeidsverhouding. Overwegingen — De kantonrechter toetst aan artikel 7:669 lid 3 BW en stelt vast dat de werknemer ter zitting heeft erkend dat terugkeer bij de werkgever onmogelijk is geworden. Nu ook mediation geen oplossing heeft gebracht, is de g-grond (ernstig en duurzaam verstoorde…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken