ECLI:NL:RBNHO:2023:1255

Rechtbank Noord-Holland 2023-03-01 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Noord-Holland (zittingsplaats Haarlem), 1 maart 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:1255, zaaknummer C/15/331729 / HA ZA 22-560, bodemzaak. Kernvraag — Dient de contractuele boete van 10% van de koopsom (€ 70.000,-) op de voet van art. 6:94 BW te worden gematigd, nu kopers toerekenbaar tekortschoten in de nakoming van een koopovereenkomst voor een woning? Feiten — Eiseres verkocht haar woning voor € 700.000,- aan gedaagden bij koopovereenkomst van 2 maart 2022. Gedaagden hadden aanvankelijk een financieringsvoorbehoud en een voorbehoud van bouwtechnische keuring bedongen, maar lieten deze op advies van de verkoopmakelaar vervallen om de woning gegund te krijgen. De termijn voor het stellen van een bankgarantie van € 70.000,- werd verlengd tot 6 mei 2022, maar ook daarna kregen gedaagden de financiering niet rond en stelden zij geen bankgarantie. Na ingebrekestelling ontbond eiseres de koopovereenkomst op 16 juni 2022 en sommeerde zij gedaagden tot betaling van de contractuele boete van 10% (€ 70.000,-). Eiseres verkocht de woning vervolgens in december 2022 aan een derde voor € 685.549,-. Overwegingen — De rechtbank stelt voorop dat de matigingsbevoegdheid van art. 6:94 BW terughoudend moet worden gehanteerd (r.o. 4.2). Matiging is pas aan de orde als toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat leidt; onvoldoende daartoe is dat de boete en de werkelijke schade uiteenlopen. Mede gelet…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken