Rechtbank Midden-Nederland 2023-08-02 — Civiel recht; Verbintenissenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Midden-Nederland, kantonrechter Utrecht, 2 augustus 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4021, zaaknummer 10420133 UC EXPL 23-2098, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Is een koopovereenkomst vernietigbaar op grond van art. 6:193j lid 3 BW, omdat de verkoper bij het sluiten ervan een oneerlijke handelspraktijk heeft toegepast door een CBW-logo te voeren terwijl hij geen lid meer was van die branchevereniging? Feiten — Eiser kocht op 1 november 2021 een waterbed bij gedaagde voor in totaal € 3.774,15. Gedaagde was sinds 2019 geen lid meer van de CBW, maar gebruikte nog voorgedrukte overeenkomsten met een CBW-logo uit een resterende voorraad. Op de website van gedaagde was een foto van de winkelgevel te zien waarop een sticker met de tekst 'CBW 2011' stond, die echter slechts na uitvergroting zichtbaar was. In de winkel zelf ontbrak elk CBW-logo. Partijen spraken bij het sluiten van de overeenkomst niet over het CBW-lidmaatschap. Nadat eiser het bed terug liet halen, ontbond hij de overeenkomst en riep hij vervolgens de vernietigbaarheid in op grond van een oneerlijke handelspraktijk. Overwegingen — Het gebruik van een voorgedrukte overeenkomst met een CBW-logo terwijl gedaagde geen lid meer is, kan worden aangemerkt als "het aanbrengen van een vertrouwenslabel zonder de daarvoor vereiste toestemming" als bedoeld in art. 6:193g sub b BW (r.o. 2.9). Voor vernietigbaarheid op grond van art. 6:193j lid 3 BW is echter vereist dat de overeenkomst als gevolg va…